Toen ik op een namiddag begin april de website van De Standaard opende, werd mijn aandacht getrokken door een bericht met als titel “Alcohol wordt steeds betaalbaarder”. Aangezien de meeste van mijn collega-studenten in tegenstelling tot deze titel graag klagen over de steeds hogere prijzen van hun pint (er bestaan zelfs al facebook-groepen die eisen dat de overheid maximumprijzen oplegt aan die vuile geldwolven van AB InBev), leek dit een veelbelovend nieuwtje. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik het artikel zelf las.
Wat stond er dan juist in het artikel? Het citeerde een onderzoek dat de particuliere onderzoeksorganisatie RAND had uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Dit stelde dat de handel in alcohol de Europese economie naar schatting jaarlijks negen miljard opbrengt, terwijl de kosten (misdaad en geweld, leverziektes, afwezigheid op het werk en familiebreuken) in 2003 opliepen tot 125 miljard. Nu wou de Commissie vooral weten of dit alcoholmisbruik tegen te gaan was door in te spelen op de prijs van de alcohol. En wat bleek? RAND kwam tot de briljante vaststelling (sic) dat er wel degelijk een verband is tussen de consumptie en de betaalbaarheid van alcohol.
En het ging voort: “De alcoholprijs wordt gestuurd door de accijnzen op alcohol, maar die taks houdt geen gelijke tred met de inflatie. Daardoor is in de meeste landen de reële waarde van de alcoholtaks verminderd sinds 1996. Terwijl de inkomens van de consumenten stegen, is de prijs van alcohol relatief stabiel gebleven. Daardoor is alcohol sinds de jaren negentig in bijna alle Europese lidstaten betaalbaarder geworden (vergeleken met het inkomen)… Naarmate alcohol betaalbaarder wordt, stijgt ook de consumptie, blijkt uit de Europese cijfers. Eén procent toename in betaalbaarheid leidt op termijn tot 0,32 procent toename in consumptie. En als de alcoholconsumptie in een land met één procent stijgt, nemen ook drie kwalijke effecten toe, namelijk het aantal verkeersdoden (met 0,85 procent) en verkeersgewonden (met 0,61 procent) en het aantal gevallen van levercirrose (met 0,37 procent). De prijs van alcohol is dus wel degelijk een instrument waarmee de alcoholconsumptie en de negatieve gevolgen ervan kunnen worden bijgestuurd. Maar in de praktijk gebruiken de Europese lidstaten de alcoholtaks te weinig om de volksgezondheid te beschermen en wordt de taks in de eerste plaats als een vorm van belasting gezien.”
De eerste reacties (wat is de commentaarknop bij online krantenartikels toch een toffe tool, vooral bij HLN.be is het dikwijls smullen bij het lezen van deze literaire hoogstandjes) van verontwaardigde lezers volgden al snel en waren bijna unisono pro strengere regulering, gaande van verwijten aan het adres van politici in de raden van bestuur van bierbedrijven tot statements dat de prijzen duurder MOETEN worden om de kosten aan de maatschappij te drukken. Nu vallen er toch enkele kritische kanttekeningen te maken bij dit artikel.
Ten eerste over het plaatsen van deze 9 miljard tegenover de 125 miljard kosten. Waar komen deze getallen juist vandaan? Daarvoor even de RAND-studie opgezocht (voor de geïnteresseerden: The affordability of alcohol beverage in the European Union: Understanding the link between alcohol affordability, consumption and harms), die deze getallen overgenomen heeft uit de studie van de heren Anderson en Baumberg uit 2006 (Alcohol in Europe – A public health perspective). Hierin staat (zoals ook duidelijk is uit de RAND-studie, maar al minder uit het artikel van Standaard) dat de 9 miljard het deel van de Europese handelsbalans is dat ingenomen wordt door alcohol. In concretu: omdat Europa meer alcohol exporteert dan importeert, resulteert dit wat betreft alcohol in een positieve Europese handelsbalans van 9 miljard euro. Dat de hele economie rond alcohol ettelijke malen meer waard is voor de Europese inwoners hoeft geen betoog en kan gestaafd worden met enkele andere cijfers uit het Anderson/Baumberg-rapport: voor de EU15 bedroegen de accijnzen die binnengehaald werden in 2001 25 miljard euro en de BTW-inkomsten in 1998 34 miljard euro. Het is verre van mijn bedoeling om de deugdelijkheid van deze economie aan te tonen door de hoeveelheid belastingen die er te rapen zijn, maar de insinuatie die men wil wekken dat er vooral kosten zijn en nauwelijks opbrengsten is dus verre van waar. Ook waren er in de jaren ’90 naar schatting 850000 werknemers actief, uitsluitend in de productie van alcoholische dranken.
De 125 miljard is samengesteld uit de kostprijs van misdaad (zowel schade, politie als andere bescherming), schade van verkeersongevallen, gezondheid, behandeling & preventie, mortaliteit, absenteïsme en werkloosheid. Los van het feit dat het al heel moeilijk is (en daarom ook twijfelachtig) om accurate schattingen te maken van een deel van deze sociale kosten, geven Anderson en Baumberg ook toe dat ze geen afschattingen hebben gemaakt van de sociale opbrengsten van alcohol (zoals het vroegtijdig sterven van mensen die in hun latere levensstadia meer zouden kosten aan sociale uitgaven, het plezier dat mensen eruit halen,…) omdat deze te moeilijk in te schatten zouden zijn. Tot slot merkt het uitgebreide RAND-rapport zelf op: “It was estimated that the cost in the EU of alcohol misuse was around €125 billion in 2003 … This exceeds by an order of magnitude the reported contribution (about €9 billion) of the alcohol industry to the EU economy, although it is unclear whether these figures are directly comparable.” Volgens mijn bescheiden mening is het overduidelijk dat ze niet direct vergelijkbaar zijn, maar ik geef ootmoedig toe dat ik geen kenner ben. In ieder geval heeft deze relativering het summary report en zeker het krantenartikel niet gehaald.
Ten tweede vallen er toch wat kanttekeningen te zetten bij deze ‘harms’ zelf. Stijging van 1% van de betaalbaarheid zou gepaard gaan met stijgingen van 0,85% in het aantal verkeersdoden, 0,61% in het aantal verkeersgewonden en 0,37% in het aantal gevallen van levercirose. Toch ook hier even het uitgebreide rapport van RAND opengeslagen om te kijken wat hier juist achter zit. Aangenomen dat de statistische methodes allemaal juist zijn (het zou nogal ver leiden dit allemaal na te kijken en we gaan ervan uit dat de meeste geciteerde cijfers en rapporten ook wel door ernstige wetenschappers gereviewed zijn), valt volgende zin, gaande over de correlaties met verkeersdoden en -gewonden, op: “Interestingly, the study found that the relationship was not statistically significant in northern Europe, most likely due to stronger compliance in those countries with blood alcohol concentration (BAC) law”. Er is dus gewoon een veel betere manier om deze ongemakken tegen te gaan, namelijk met alcoholcontroles. In mijn ogen nog een redelijk liberale manier: het is aan de eigenaar van de weg om de maatregelen op te leggen die zijn doelstellingen het best dienen. Als die doelstelling is het aantal ongelukken minimaliseren, doet de intuïtie vermoeden dat strenge grenzen en controles hier wel eens zouden kunnen helpen. Ik geef hierbij direct toe dat het niet (klassiek-)liberaal is dat de overheid zich zomaar alle wegen heeft toegeëigend (wat een andere discussie is) en dat deze oplossing misschien niet economisch ideaal is, maar mijns inziens toch al veel beter als het sturen van de alcoholprijs via verhoogde accijnzen.
Dus van de aangehaalde ‘harms’ door de Standaard: wat betreft ‘homicides’ vonden RAND geen statistisch relevante correlaties met alcoholconsumptie en wat betreft verkeer zijn er betere oplossingen. Ook werd de afwezigheid op het werk aangehaald. Hierover geen statistische studie door RAND zelf, enkel schattingen uit andere rapporten. Nogmaals los van het feit hoe accuraat deze te schatten zijn, zijn het kosten die niet door de belastingsbetaler moeten betaald worden. Het is een kost voor de werkgever die nog altijd vindt dat zijn werknemer voldoende opbrengt voor het hem uitbetaalde loon. En waar eindigt dit: bij het verbieden door de overheid van alle zaken die ervoor kunnen zorgen dat de werknemer tijd verliest tijdens zijn werkuren? We kunnen anders internet en zijn toepassingen zoals facebook of bellen met een GSM duurder maken? Dit zijn uiteindelijk zaken die enkel tussen werkgever en werknemer af te spreken vallen: ze hebben een onderling contract afgesloten dat beiden moeten naleven.
Ten derde: wat zouden de eventuele ongewenste effecten kunnen zijn van deze maatregelen en wegen ze op tegen de bereikte doelstellingen waarvoor de maatregelen in gebruik zijn genomen (of zoals Bastiat het zei: “Ce qu’on voit et ce qu’on voit pas”)? Alcohol zal onvermijdelijk duurder worden wat aanleiding zal geven tot een zwarte markt waar alcohol aangeboden wordt die niet die kwaliteit heeft die ze volgens zijn verkopers zou moeten hebben en die door geen enkele instantie gecontroleerd kan worden, wat ze uiteindelijk zeer gevaarlijk zou maken voor de gebruikers. Daarnaast trekken zulke circuits ook criminelen aan (cfr. drugsmilieu). De alcoholverslaafden zullen overigens altijd wel aan hun ‘spul’ blijven geraken (consumptie zal voornamelijk verminderen in de klasse van mensen die niet echt probleemdrinkers zijn), de vraag is echter wat nog de kwaliteit gaat zijn en of ze er beter af door zullen zijn. En indien ze drinken om hun problemen te vergeten of aan de werkelijkheid van hun bestaan te ontsnappen, zullen ze hiervoor dan nu misschien naar andere middelen gaan grijpen die daarom niet noodzakelijk beter (en dikwijls slechter) zijn.
De horeca die nu al met problemen kampt (in bepaalde delen van Europa ook al door de eerder gehouden klopjacht op ‘de roker’) zal nog zwaarder gaan lijden en het sociale leven dat zich nu dikwijls afspeelt op café zal stilaan gaan minderen. Daarnaast zal dit ook gepaard gaan met heel wat jobverlies in de alcoholsector zelf. Zoals eerder aangehaald werken er in de EU15 850000 mensen in de productiesector zelf, maar hiernaast zullen er onvermijdelijk ook jobs verloren gaan in de transportsector, de marketingsector, de landbouw, …
Ten vierde meer fundamenteel en filosofisch: is het wel de taak van de overheid om de burger als dusdanig te beschermen en waar trekken we de grens? Het zou liberaal zijn om te zeggen dat elk individu verantwoordelijk is voor zijn daden. Een individu is vrij om de hoeveelheid alcohol te drinken die hij wil, maar is daarentegen ook verantwoordelijk voor zijn daden. Dus als hij in dronken toestand meent misdadig gedrag te moeten vertonen, dient hij ook te moeten opdraaien voor de gevolgen. Maar wat met de andere kosten die hij meebrengt voor de maatschappij? Het is toch niet omdat hij iedereen met rust laat, dat hij anderen niet tot last kan zijn? Denken we maar aan verhoogde ziekenhuiskosten en ontwenningskosten, en dit allemaal op kosten van de belastingbetaler. Eerst en vooral zijn we niet zeker dat ze hier altijd netto meer kosten dan anderen. Hoe cru het ook moge klinken, als ze op vroegere leeftijd sterven is de kans groot dat ze de maatschappij minder hebben gekost dan mensen die gedurende jaren een pensioen uitgekeerd krijgen en op latere leeftijd dikwijls ook vatbaarder zijn voor andere ziekten (die dikwijls ook duur in behandeling zijn). De beste prikkel die men mensen echter kan geven om gezond te blijven is een deel van de ziektezorg te privatiseren (maar ook dit is een andere discussie die ik hier niet ga voeren).
Stel dat we toch zeggen dat de overheid de mens moet beschermen tegen zijn ondergang: waar wordt dan de lijn getrokken? Bij het aantal doden dat er vallen door slecht (in dit geval overmatig) gebruik? Daarom dat eerst roken werd aangepakt (door de hoge taksen en de verplichte ‘verpakkingswijziging’) en men nu over alcoholbeperking begint na te denken (roken is volgens de WHO de grootste doodsoorzaak in de EU, alcohol staat op 3). Maar op quasi dezelfde hoogte als alcohol staan overgewicht en cholesterol, en op 2 staat bloeddruk (een stuk boven alcohol). Gaan we dan binnenkort voedingsbestanddelen die vetten bevatten ook zwaarder belasten? En de bevolking verplichten om minstens enkele uren per week te sporten? We kunnen misschien elke burger een chip inplanten om dit allemaal te monitoren.
En zo komen Brave New World-toestanden steeds dichter bij, met het centrale Europese gezag dat zal bepalen wat goed is en wat niet voor elke burger (het moet niet altijd onze hoofdredacteur zijn die de EU aanvalt). Een veel betere aanpak is een liberale aanpak, waar men de burger vrij laat zijn consumptiegedrag te bepalen (en dit niet probeert te sturen via taxatie) maar hem ook verantwoordelijk stelt voor zijn daden. Is alcohol een drug die schadelijk kan zijn? Waarschijnlijk wel, net zoals suiker, vet, … En dat merken we het best als we eens een avondje zijn gaan stappen met vrienden en de volgende dag in niet al te goede toestand wakker worden. Maar wie kan er niet eens van zo’n avondje genieten? Of zoals Simon Carmiggelt zei: “De geheelonthouders hebben gelijk, maar enkel de drinkers weten waarom.”





